Soms kan het zijn dat er in de verwarmingsinstallatie een tekort is aan de hoeveelheid water die gebruikt wordt om door de leidingen te sturen en zo het huis te verwarmen. Men kan zelf makkelijk het hele systeem bijvullen met extra water maar men moet zich er wel van bewust zijn dat er hier bepaalde risico’s aan verbonden zijn die de performance van de verwarmingsinstallatie in het gedrang kunnen brengen. Met name het feit dat er lucht kan terechtkomen in de leidingen is de grootste fout die mensen maken wanneer ze hun verwarmingsinstallatie voorzien van extra water. De lucht die terechtkomt in de leidingen zal zich verspreiden doorheen de hele installatie en de duur die het vergt om deze er terug uit te krijgen is in veel gevallen zeer lang. Vandaar dan ook dat men zich moet realiseren dat men moet voorkomen dat er lucht in de leiding terechtkomt wanneer men het water gaat aanvullen.

De aanvulling van extra water kan op twee manieren gebeuren. De eerste methode is via het ontluchtingskraantje, waarop men een slang, die op zijn beurt aangesloten is op een waterkraan, zal aansluiten die de leidingen voorziet van extra water. Men kan voorkomen dat er teveel lucht in de leidingen komt door vooraf de slang al te vullen met water en deze vervolgens aan te sluiten op beide aansluitpunten. Enig gemors van water is dus zeker mogelijk. Vervolgens draait U op beide aansluitpunten de kraan open en vult U voorzichtig met extra water.

De tweede methode klinkt vrij drastisch maar is het daarom niet noodzakelijk. Het betreft hier een volledige navulling van de installatie die U best overlaat aan een installateur aangezien deze het nodige weet te doen. Hij kan achteraf ook controleren of er niet te veel lucht is binnengeslopen in de leidingen.